Geschiedenis van de parochie Hoeke

Misschien is het nuttig even stil te staan bij de naam van ons dorp: Hoeke. Hoeke is ontstaan uit de moederparochie Oostkerke, een andere naburige oude Middeleeuwse stad in de Zwinstreek. Oostkerke is ouder dan Hoeke, het wordt voor het eerst vermeld in 1089, als plaats waar de Sint-Quintensabdij uit Vermandois (Noord-Frankrijk) tienden bezit. In de loop van de 12de en 13de eeuw onstaan uit Oostkerke kapellen te Lapscheure, Moerkerke, Westkapelle en Damme. Ook in de steden Sint-Anna-ter-Muiden (huidig in Nederland) en het nu verdwenen Wulpen (Nederland) werd een kapel opgericht.

De naam van onze gemeente kent eigenlijk twee mogelijke verklaringen: enerzijds is Hoeke dus ontstaan als een gehucht in “een hoek” van Oostkerke, anderzijds kan men de naam Hoeke ook interpreteren als een woonplaats ontstaan in “een hoek” of “een elleboog” van de zeearm “het Zwin”. Doorheen de vele jaren werd de schrijfwijze van ons dorp vele malen gewijzigd: ‘Le Houcke’ (1282), Hoec (1303), Houker of Houka (1403), Houckem (1490), Houcke (1560)

 Tijdens de bloeiperiode in de 13e-15e eeuw was Hoeke dus een belangrijke stad. Ook verschillende statige gebouwen werden er gebouwd. Het parochiale christelijke leven ontstond en Hoeke kent als bedevaartsoord tot de H. Jacobus, de patroonheilige van de kerk, reeds in de 12de en 13de eeuw ruime bekendheid. Deze kerk werd gebouwd eind 13de eeuw, in een overgangsstijl tussen romaans en gotisch. De huidige kerk bestaat voor een groot deel nog uit restanten van deze eerste Hoekse kerk. Meer gegevens over de huidige kerk vind je onder het onderdeel “de parochiekerk van Hoeke”.

Naast de pastorie “de priesteragie metter suutsyde ant kerckhof” stond er op een afstand van de kerk, meer naar het oosten gelegen, nog een kapel. In 1554 wordt in het paalboek van Hoeke (vergelijkbaar met het huidig kadaster) vermeld dat, gelegen “ten Houcke boven” in de nabijheid van een grote pachthoeve er zich een “capelleken” bevond van de gilde van Sint-Jacob. De plaats “ten Houcke boven” is de eigenlijke plaats waar de handelsstad Hoeke lag, de kerk stond dus niet in het eigenlijke handelscentrum. Ten zuiden van de kerk stond er voor de talrijke bedevaarders “een Hospitaal”, dat opgericht werd dankzij het testament van Hendrik Con dat 250 pond Vlaamse munt bedroeg en Hendrik van Coussevelde, de testamentuitvoerder van Con. “Hospitaal” betekende in die jaren ondermeer een huis waar gastvrijheid gegeven werd aan vreemdelingen en aan bedevaarders, maar het was ook een godshuis, een armenhuis en een ziekenhuis. Er was in Hoeke ook een “Oosterlingenhuis”, dit huis was in Hoeke “de bank”. Iedere middeleeuwse havenstad had immers zijn eigen zeerecht. Dit zeerecht regelde de rechten en de plichten van de schippers, de bemanning en de eigenaars van de vervoerde goederen. Dit huis was dus een soort rechtbank, waar recht werd gesproken en administratief werd gewerkt. Alle bebouwingen op deze plaats “Ten Houcke boven” zijn verdwenen: het hospitaal, het stadhuis, de Sint-Jacobskapel kunnen we anno 2002 niet meer bewonderen. Toch worden in de Krinkeldijk en evenzeer in een paar percelen binnen en buiten de dijk, ontelbare muurresten, potscherven, munten en oude gebruiksvoorwerpen gevonden die verwijzen naar deze periode. Deze archeologische vondsten, met een grote historische waarde, worden verzameld door de heer Jan Tilleman, huidige bewoner van de hoeve "Ter Hoogstraete". Deze hoeve werd in de 18de-19de eeuw gebouwd op de Krinkeldijk. Tijdens de viering van 750 jaar Hoeke werden deze vondsten tentoongesteld in de pastorie.

De parochie Hoeke ondergaat net zoals de stad Hoeke het spel van groei en bloei. Omstreeks 1580 luiden de klokken van Hoeke voor de laatste maal. Ze worden in Sluis (Nederland) hersmolten tot kanonnen. Pas in 1591 worden de kerkdiensten in Hoeke hernomen. Omstreeks 1808 wordt de parochie Hoeke met Westkapelle verenigd, pas in 1842 krijgt Hoeke opnieuw een eigen priester. Volgens kanonik Tanghe waren er in 1853 nog 105 communicanten, er stonden toen 29 woningen in Hoeke. Op 20 mei 1929 vierde het ganse dorp het gouden kostersjubileum van Jan Decock die deze taak sinds 19 april 1879 waarnam. Op 19 september 1942 stierf hij, na 63 jaar trouwe dienst.


Op 1 mei 1994 nam Hoeke afscheid van E.H. Jozef Rathé, de laatste pastoor van Hoeke (zie foto met leden van de kerkfabriek). Hij was pastoor van Hoeke vanaf 21 oktober 1971 en zeer geliefd bij alle Hoekenaren maar ook bij velen uit de streek. De parochie werd voortaan geleid door E.H. Vermeersch, tevens pastoor van Moerkerke. Op 15 augustus 1996 vierde Hoeke opnieuw zijn organist: deze dag was Laurent Croes 50 jaar organist, een taak die hij ook nu nog steeds met veel bezieling op zich neemt. Eind september 1999 ging pastoor Vermeersch op rust en werd Hoeke samen met de parochies Lapscheure, Oostkerke, Moerkerke en Moerkerke-Den Hoorn samengevoegd in de federatie Moerkerke. Twee pastoors, E.H. Johan Loones en E.H. Piet Buysse verzorgen samen met diakens Henk Opdebeeck en André Maeghe het herderschap van deze parochies, bijgestaan door vele vrijwilligers.